Amsterdam dinsdag 7 september 2010
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT
TERUG





Deze column neemt een niet onbelangrijke plek in op de website, daar er uit het (Festina)leven gegrepen onderwerpen en personen aan bod komen die anders nooit het oor, oog en hart van den nieuwsgierige mens zouden kunnen be- en verrijken...
Aukelien Weverling is schrijfster. Onlangs is haar tweede roman uitgekomen, "Politiek Gevangene"genaamd


De doodsteek

 

De afgelopen maanden is er iets verschrikkelijks aan de hand in Festina. Het begon voorzichtig, bijna geluidloos, alleen als je oplette drong het tot je door, zoals je soms vanaf je balkon de huldiging van Ajax op het Leidseplein hoort wanneer de wind vanuit een bepaalde hoek waait. Een moment waar je niks mee te maken hebt, wat straks weer voorbij zal zijn, niks om je zorgen om te maken.
Dit bleek niet het geval te zijn met wat uit de boxen van Festina klonk. De hangmatmuziek van Jamaica! Reggae! De slome ik-kan-nu-even-niks-doen-want-ik-lig-stoned-in-een-hangmat muziek van een eiland dat ooit bevolkt werd door een kannibalenstam die om onbegrijpelijke redenen niet hun nationale zangers hebben opgegeten, klonk steeds frequenter uit de boxen. Eén nummer werden er twee en twee werden er drie. Drie werden een hele cd en die cd kwam in de playlist. Misschien dat de kannibalen die zangers ook al niet te pruimen vonden, of misschien dat reggae overleefde omdat het niet iets is waar je voor kiest maar waar je mee geboren wordt zoals bij homoseksualiteit het geval is. Dat kan. Dat zou verklaren waarom de kannibalen - mochten zij hun nationale zangers wel te pruimen hebben gevonden - de reggae toch niet helemaal uit het systeem hebben gegeten. Toch, dit is nog geen reden om het nu vrolijk door de boxen van Festina te laten klinken.

Reggae is de doodsteek voor elk café dat niet in een transitiemodel zit naar coffeeshop. Zoals het de doodsteek is voor iedereen die graag energiek door het leven gaat. Het is de muziek die gedraaid worden op plekken waar ze ook The Wall draaien en vinden dat je niet vaak genoeg naar The Doors kunt luisteren. Je kunt wél vaak genoeg naar The Doors luisteren, dat speelt zich meestal tussen je veertiende en zestiende af, tijdens de piek van je puberteit in een coffeeshop die Smokey, Grassland of  The Green heet waarin je aan vrienden toevertrouwt: ‘Als ik later groot ben weet je... nou ja... dan ga ik naar India enzo... daarom... daarom hoef ik nu ook niet naar Aardrijkskunde... dat zie ik later allemaal zelf wel... enzo.’

Dat deze muziek nu in Festina dagelijks van elke hersenactiviteit een flatline maakt is zonde. Net zo zonde als het is dat Columbus ooit aanlegde bij Jamaica en het daarmee op de kaart zette. Net zo zonde als het is dat Bob Marley geen Egyptische Farao was die met al zijn aanhangers en muziek begraven werd.
Ik zit in Festina en verlang weemoedig terug naar de tijd met barman Rik, die altijd een nummer draaide dat ongeveer zo ging: ‘I’m dying, dying... dying... dying... dying... dying... dying... dying... dying... dying... dying... dying’ Het verwoordt precies wat ik voel bij het horen van het zoveelste ik-lig-me-te-vervelen-in-de-zon-en-ga-straks-niks-doen-op-het-strand nummer uit Jamaica.