Amsterdam zondag 5 september 2010
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




Verslag poëzieslag 1 mei 2007

Vogon Poetry overheerst één na laatste Poëzieslag van het seizoen
door Aukelien Weverling

Schrijven is leuk, dat vinden heel veel mensen, en dichten? Dichten is ook geweldig. Dat moet zo ongeveer de drijfveer zijn die veel mensen naar een podium lokken om daar hun opgehoeste emoties voor te dragen.

Het is alweer de op een na laatste Poëzieslag van het seizoen en de stemming in Festina is tam te noemen. Al wat nog kan staan na de Koninginnedag heeft zich verzameld aan de tafels en de bar als Sander Meij Hedwieg Baardman uit Groningen aankondigt, die zinnen ten gehore brengt als: ‘Roer mijn bloed’ en Mijn hart die zwarter wordt en niet meer pompt.’ U leest het goed, Mijn hart die zwarter wordt. Toch ritmisch is wat Baardman maakt niet afschuwelijk en een zin waarin zij het heeft over ‘koolgritte ogen’, mag er ook best zijn, ze moet gewoon haar aanwijzend voornaamwoorden onder de knie zien te krijgen, ze is nog jong, begin twintig, nog alle tijd.

Er is die scene in The Hitch Hiker’s Guide to the Galaxy waarin te lezen valt: Vogon Poetry is of course the third worst in the Universe. The second worst is that of Azgoths of Kria. During a recitation by their Poets Master Grunthos the Flatulent of his poem ‘Ode To A Small Lump Of Green Putty I Found In My Armpit One Midsummer Morning’ four of his audience died of internal haemorrhaging, and the President of the Mid-Galactic Arts Nobbling Council survived by gnawing one of his own legs off. Grunthos is reported to have been ‘disappointed’ by the poem’s reception, and was about to embark on a reading of his twelve-book epic entitled My favourite Bathtime Gurgles when his own mayor intestine, in a desperate attempt to save life and civilization leapt straight up through his neck and throttled his brain.
 The very worst poetry of all perished along with its creator Paula Nancy Millstone Jennings of Greenbridge, Essex, England in the destructor of the planet earth. Dit laatste doet vermoeden dat Paula Nancy Millstone Jennings een pseudoniem is voor Steven Meij uit Almere die om onverklaarbare redenen heeft bedacht dat het een goed idee is om een verkleedkoffer mee te nemen naar het podium. ‘Ik werd geboren op nummer 19,’ zegt hij een bel luidend om de noodzakelijkheid van zijn gedicht te onderstrepen. Na deze zinnen begint hij al met een zak over zijn hoofd te zingen ‘Alleen in de menigte/ het vallen van de avond/ het vallen van de stilte,’ misschien is het ook wel begrijpelijk dat je bij het voordragen van zo’n gedicht liever niet gezien wordt, maar zo wordt je toch geen bekende Nederlander, zo kan niemand je herkennen. Stuurloze geldingsdrang is vaak de gevaarlijkste. En net als bij de poëzie van Azgoths of Kria dringt de gedachte zich op dat het afbijten van je eigen ledematen minder pijnlijk is dan deze vertoning, gelukkig is hij de tweede die voordraagt een dieptepunt kun je maar beter zo vroeg mogelijk hebben, dan is er nog tijd om dingen op te bouwen.

Na Meij is het de beurt aan Juvu de Ruiter. Er zijn Franse kleuters die beter articuleren dan hij doet, maar zijn zin ‘Meisje uit het rif/ ga niet weg’ is in elk geval een zin die je in hedendaags Nederland nauwelijks meer hoort. Een van zijn gedichten doet vermoeden dat Juvu ook een inleiding tot de relativiteitstheorie heeft gelezen: ‘Alles in beweging/ de status quo van/ seconden.’ Einstein verwoordde het anders, maar het komt wel zo ongeveer op hetzelfde neer. En nou niet roepen: Alles is al gedaan! En beter goed gejat dan slecht bedacht. Dat wordt immers niet tegengesproken, al zou een beetje variatie op het thema wel welkom zijn, daar werken wetenschappers al jaren aan (en dichters die niet alleen voor de passie gaan, maar ook het werk voor een goed gedicht willen verzetten).

Na hem komt Sent uit Nijmegen ons vertellen ‘Ik ben een bloem aan het eind van mijn houdbaarheid.’ En : Liefde is voor blinden/ geestesgestoorden/ dovemansoren.’
‘Ik zeg internetdating,’ mompelt een jongen aan wie deze verfijnde gevoelens duidelijk niet besteed zijn.

Kan Yvette Leurs die aan de HKU writing for perfomance volgt deze avond nog redden? ‘In de stoffige wolk/ die ik mijn nest noem/ verzamel ik je geur.’ Schrijven kan ze best, het is alleen allemaal te makkelijk. Waar anderen beginnen, zet zij haar laatste punt. Vooral het gedicht over Peppijntje met zijn gescheiden ouders roept herinneringen op aan nagels over het schoolbord en het vals sentiment van een dronken avond waarop je veel te veel vertelde met grote woorden die je in nuchtere toestand toch vooral vermijdt en ook nu is er weer die neiging je been eraf te willen bijten.

Danny komt met een gevoelig gedicht: ‘Ik ben jou/ de jongen die de dood tegemoet dronk/ ik ben jou/ de jongen die zich afsloot.’ Danny kijkt er lijdzaam bij.
‘Een gedicht moet toch iets meer zijn dan de ongerelativeerde shit van iemand anders over je heen krijgen?’ merkt een klein meisje korzelig op.
Menno is helemaal uit Rotterdam gekomen: ‘Het is mooi zoals het is/ het is mooi zoals het gaat/ Ik voel niet het gemis/ als ie me verlaat.’ Hij hanteert een lekkere opzwepende dwangrijm, je zou er zo twee vingers voor willen afhakken om die in je oren te stoppen.

Dan komt Emile aan de beurt: Je grijpt de vonken uit de lucht/ pijn, pijn, pijn/ Het is spelen met vuur/ Maar geluk is duur.

En dan zijn we nog maar bij de tweede ronde. Woorden als hart, liefde, haat, pijn, zijn allemaal aangehaald en hadden ze niet al alle waarde verloren, dan was dat nu toch zeker wel het geval.

De tweede ronde

In the Hitch Hykers Guide to the Galaxy valt ook te lezen: The prisoners sat in Poetry Appreciation Chairs – strapped in. Vogons suffered no illusions as to the regard their works were generally held in. Their early attempts at composition had been part of a bludgeoning insistence that they be accepted as a properly evolved and cultural race, but now the only thing that kept them going was sheer bloodyminedness. Het is tijd voor de tweede ronde.

Hedwieg: ‘Een gebroken hart dat nooit meer zal helen.’ En: Ik wilde je liefde, l’ amour, liefde l’ amour... au au”
Juvu: ‘Omdat ik niet kan fotograferen/ schrijf ik in zwart-wit.’
Steven: ‘Ik mag emoties niet tonen van mezelf/ van de tiran op de troon in mijn hoofd.’
Emile: ‘Wie weet/Wat liefde is, wat associatie is/ wat cliché is...’
Even denken: liefde is het tegenovergestelde van haat, haat associeer ik met slechte gedichten, en als je de woorden haat en liefde in een gedicht stopt heb je een cliché.

De finale heeft uiteindelijk plaats tussen Hedwieg, Juvu en Menno.

Juryrapport

‘Now Earthlings...’ whirred the Vogon (...) Either die in the vacuum of space, or...’ he paused for the melodramatic effect: ‘tell me how good you thought my poem was!’ (Hitch Hyker’s Guide to the Galaxy)

Moedeloos stapt Sven het podium op. ‘Ik heb veel opgeschreven vanavond, waardoor ik het juryrapport nu uit mijn hoofd moet doen,’ Sven pauzeert even, krabt zich op zijn hoofd en vangt dan aan: ‘Het is altijd een slecht teken als je veel opschrijft.’ Hij aarzelt weer, maar zet dan toch door, ongetwijfeld onder het mom zalvende heelmeesters maken stinkende wonden, vervolgt hij: ‘Het was niet zo’n goede avond. Normaliter zitten er altijd wel één of twee tussen die eruit springen. Dat was vanavond niet het geval. Het niveau was matig, we hoorden slecht articuleren, veel rijmdwang en monotoon ritme. Dat gaf te denken: als je dan toch in jezelf gelooft maak het dan ook af. Lees meer, Komrij zei het al: “Dichten is ook werken” weet waar je voor staat. Daarom heeft de jury voor elk van de dichters een tip voor wat zij kunnen gaan lezen. Voor Emile is dat Vondel, die ook de gevleugelde woorden sprak: begin met imiteren, daarna te evenaren en dan te overtreffen. Voor Danny is dat Ingmar Heytze.’
Heytzes poezie is natuurlijk prachtig, maar misschien zijn ook Vondels woorden van wel van toepassing op Danny, Heytze lijdt immers al jaren aan pleinvrees.

‘Bij Juvu dachten we aan Al Galidi. Juvu’s Poëzie is af en toe een beetje Perzisch (Al Galidi komt uit Iran, red.) en is eendimensionaal, maar dat bedoel ik positief.’ Juvu knikt. Dan richt Sven zich tot Hedwieg. ‘Jij droeg vanavond een aantal clichés heel sterk voor en naarmate de avond vorderde werd wat je voordroeg minder clichématig, wij raden jou aan Helene Gelens te lezen en Hagar Peters, Tjitske Jansen heb je overduidelijk al gelezen. En daarmee maakt Sven een eind aan de tamste Poëzieslag die Festina ooit gezien heeft, maar niet zonder dat Hedwieg nog een gedicht voordraagt vanachter het katheder:

‘Liefste schat

´loop harder, doe beter je best, op naar de
top´! schreeuwt de dwaze tiran op je schouders
je wilt wel rennen
met versleten zolen de berg op
met bloedende voeten door het zand
maar je vergeet je lief
die beneden staat en roept dat je je hart bent vergeten
en zo kom je boven
met je tong schurend over stroeve stenen
en je schat die je beneden liet
wachtend met je
kloppend hart in de handen
tot je terugkomt: kaalgesleten, uitgewoond, opgebrand
maar terug
in die armen
de roem voorbij tot aan de essentie:
de liefde’