Amsterdam zondag 5 september 2010
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




Verslag poezieslag juni 2007

Visionaire gedachten ver te zoeken op  laatste Poëzieslag
verslag door Aukelien Weverling

 

De laatste slag van de negende jaargang telt acht deelnemers. De inmiddels doorgewinterde presentator Sander Meij kondigt de eerste dichter aan, Patrick Prins uit Rotterdam.
Patrick komt met een gedicht over ‘de onbeschreven leegte voor hem uit.’ Ook heeft hij het over ‘een muur van writersblocks’. Na hem is het de beurt aan de 28-jarige Nadja Albema, die bang is voor de Praxis: ‘Schallende stemmen door intercoms/ overal zagen en randen met tanden.’ Misschien is het een idee om het klussen aan iemand anders over te laten, niet aan Patrick Prins natuurlijk, want die bouwt alleen maar muren van writerblocks. Albema is ook van het gedicht: ‘Als ik voor één banaan/ zo lang in de rij moet staan/ laat dan maar/ met die banaan.’ Als Albema een gedicht voordraagt dat ze op haar 14e schreef dat begint met de zin ‘Een eenhoorn was eens eigenwijs/ wilde terug naar het paradijs’ zie je de ontwikkeling die ze heeft doorgemaakt.
    Koos Hagen is redacteur bij de daklozenkrant. Hij is een bewonderaar van Marsman, Vroman en Wigman. Hij blijkt ook een aanhanger van een recent ontstaan nieuw genre binnen de poëzie, het inburgeringsgedicht. In het inburgeringsgedicht schuwt de auteur het niet een onderwerp als Jezus te combineren met Burka dragende vrouwen en speelt hij virtuoos met nationaliteit en zware moraal waarbij hij thema’s als terrorisme, oorlog en vrede aansnijdt (oorlog slecht, vrede goed). Belangrijk bij dit genre is de actualiteit te volgen en daarna zonder verder research een gedachte aan te nemen als overtuiging die andere duidelijk gemaakt moet worden, maar genoeg over Koos Hagen! De beurt is aan Sjaan. ‘Geef mij een nieuw hoofd/ hol en leeg/ niet in staat tot denken.’
    ‘Wil ze nou het nummer van mijn ex-vriend?’ vraagt een klein meisje bezorgd.
    ‘Nee, volgens mij is ze gewoon een beetje overspannen,’ antwoord een vriendelijke jongen.
Kees Godenvrooi is liefhebber van het sonnet. Hij heeft het over de plek waar je eenhoorns kunt zien grazen en dat rijmt weer op glazen. Het is de tweede eenhoorn van de avond, de fabeldieren doen het lang niet slecht.
    Gert de Jager is docent Nederlands op het Barleus Gymnasium. Zijn voordracht is een beetje schoolmeesterachtig, en zijn teksten zitten misschien wat al te vol met grote beelden, maar hij weet het niveau goed omhoog te trekken. Hij komt met grappige en kundig opgebouwde zinnen als ‘De jongeman die de prelude schrijft/ die de oude man nog steeds schrijft’ en ‘de dag kan ik niet tussen/ de nacht kan ik niet uit’. Merijn Baas wordt aangekondigd als iemand die bij de laatste zestien kandidaten van Lama gezocht zat. ‘Dat was een leuk programma,’ zegt Jan R. Teerwal, een gedistingeerde dichter aan het tafeltje in de hoek van het café, bekend van zijn dichtbundels Kreupel zijn we allemaal wel een keer en Morgen ga ik niet naar buiten.
Baas rijmt: ‘Wist je dat de inuït/ noem ze geen eskimo’s/ dan worden ze boos’ en Ik wil in de Viva met jou/ tussen sexy strand en maandverband.’ Hij leest in elk geval de Viva, dat is beter dan helemaal niet lezen mompelt Jan R. Teerwal.
    Boris de Jong, oude bekende van Festina komt met nieuw materiaal het podium op. Hij heeft een cyclus gedichten onder de noemer atoomdromen. Duidelijk is dat Boris vaker op het podium heeft gestaan, zijn voordracht is aangenaam en bijna even betoverend als de stem van een moeder die haar kind voorleest.

In de tweede ronde worden Koos Hagen, Kees Godenvrooi, Merijn Baas en Boris de Jong teruggevraagd.
Koos: ‘De aarde kwam schokkend klaar.’
Kees: ‘Proust woont hier niet meer.’
Merijn: ‘Boeddhisme voor beginners: denkt u bij het verlaten van uw bezittingen niet aan de trein.’ (Er waren mensen die niet bij de laatste zestien van Lama gezocht kwamen.)
Boris de Jong: ‘De aarde is leeg/ En wacht op brand.

Terwijl er de jury in beraad is, worden aan de voorste tafel in Festina herinneringen opgehaald aan deelnemers van lang geleden, de raspaarden uit de poëziestal die Festina heet.
Dichters die toentertijd al zinnen bouwden die stonden als een fort, bestand tegen elke bestorming. Dichters, nu vrijwel allemaal uitgegeven of met contract voor een bundel op zak, met een voordrachtstijl die ze past als een maatgemaakt pak: Eus met schorre dronkemansstem, het begin van de zin nog hard en fel om steeds verder weg te sterven: ‘Waar het nou om ging/ was dat hij de boompjes had omgehakt/ niet met fijn gereedschap/ maar gewoon met zijn blote handen’
Erik-Jan Harmens met zijn monotoon haast digitale stem: ‘ik vond je trouwjurk mooi maar ik had er een string/ onder gedragen of gewoon lekker in je blote pruim.’ Pim te Bokkel met zijn geconcentreerde nauwkeurige stem, als een schrikachtig vogeltje om zich heen kijkend, Bernard Wesseling met zijn bravoure en dwingende jongensernst. Tjitske Jansen met haar prachtige lage melodieuze stem, dan weer vol ongeloof, dan weer koppig als een kind. Ze passeerden allemaal de revue en de conclusie kon niets anders zijn dan: ‘Dit jaar, was een mager jaar.’

De jury kiest uiteindelijk voor een finale tussen Boris de Jong en Merijn Baas. Boris komt met zijn laptop naar het podium en leest: ‘Waarom doen wij dingen/ waarom doen wij iets.’ Bij hem zie je inderdaad een geperfectioneerde voordracht die anderen slechts het imiteren daarvan laat. Merijn komt met een hoop poëzie voor Emma Burnst, die eerder dit jaar de Poëzieslag won en we eind deze maand terugzien op de brug. Kennelijk is er iets een beetje scheef gelopen tussen Merijn en Emma en discretie, ja daar is ook geen donder aan. Dus vertelt Merijn met het enthousiasme van een bejaarde die nooit bezoek krijgt wat hem allemaal overkomen is.

Juryverslag
Het juryverslag wordt dit keer voorgelezen door Florence Tonk (schrijfster van de dichtbundel Anders komen de wolven, Nieuw Amsterdam). ‘Hooggeacht publiek, vanavond ontbrak het nog wel eens aan oorspronkelijkheid, ontroering , respect voor de taal en de belezenheid van de kandidaten. Waar zijn de visionaire gedachten, vroegen wij ons af. Je hebt jeugdige overmoed, maar je hebt ook gebrek aan respect voor taal. Onrijpheid hoorden we. Uiteindelijk hielden we twee dichters over. Jager toonde belezenheid, maar de winnaar is uiteindelijk Boris de Jong geworden. Een dichter die ritme toont, niet bang is voor gekheid in z’n taal, gedichten schrijft die een zekere bezetenheid tonen en die grote onderwerpen durft aan te snijden.’

Boris de Jong, ook de winnaar van de publieksprijs, laat nog een keer zijn aangename stem door Festina klinken:

‘zeg ken je de aambeeldhaai
tragische bewoner van de diepzee
wordt geboren met een vijftienhonderd kilo zwaar
stuk staal aan zijn neus
dus hij blijft meestal beneden

sterker nog
komt zelden van de bodem

sterker nog
komt zelden van zijn plek

dus sterft doorgaans op de plaats waar hij geboren werd

aan honger en een stijve nek

aan honger en een stijve nek

aan honger en een stijve nek’