Amsterdam dinsdag 7 september 2010
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




Poezieslag Oktober 2008 10e seizoen

Het accent dat de avond maakte
verslag door Aukelien Weverling

Het is de derde dinsdag van de maand, het is de tweede slag van het tiende seizoen, en het is, zoals spoedig zal blijken, een slag tussen onverstaanbare globetrotters.

Festina, herberg van de hedendaagse poëzie, heeft zich als vanouds gevuld met dichters en toeschouwers als Sander Meij de eerste dichteres aankondigt, Christina Lammer. Zij komt uit Oostenrijk en haar poëzie gaat voornamelijk over liefde, vertelt Sander vlot. Het is maar goed ook dat hij dat vertelt, want Christina heeft dan misschien veel verloren liefdes en er zullen ook heus vele jonge knapen zijn die zij heeft moeten achterlaten in haar geboorteland, haar accent is in elk geval tot dusver altijd bij haar gebleven. Het maakt van haar een onverstaanbare sirene die schepen – in dit geval toeschouwers - vrolijk op de klippen laat varen. Er is met de beste wil van de wereld geen bal van te verstaan.

Na haar is het de beurt aan Annelie David uit Duitsland. En ook hier is het erg moeilijk om de tekst te volgen, haar Duitse accent ligt als dikke kwark over elk woord dat ze uitspreekt, maar met gespitste oortjes lukt het om een paar zinnen te filteren als: ‘Onbekommerd schudden zij hun ledematen/ Kijk jij een tweede keer/ Zal jij vergeten wat jij hebt gezien.’ Eén ding is zeker, als ze haar gedichten een tweede keer voordroeg zou het publiek ze misschien wel in zijn geheel kunnen verstaan.

Jan van Beersum lost haar af. Hij is de eerste die verstaanbare poezië brengt, volstrekt onbegrijpelijk, maar verstaanbaar en dat is vanavond een heuse prestatie gebleken. Dus Bravo! Hij komt met woordvondsten als de slokdarmkerk en heeft het over ‘de oude bomenbuig’ ergens is het zonde dat die woorden in onbegrijpelijke zinconstructies verloren gaan, maar goed. Je kunt niet om alles rouwen in dit leven.

Patrick mag zijn zegje doen. Sander vertelt dat Patrick dicht over zijn gevoelens. ‘Ach al die heerlijke gevoelige knapen die hier elke maand rondscharrelen op het podium, je zou ze toch aan je boezem willen drukken,’ zucht een vrouw wier wijnglas een tikje schuin hangt. Patrick heft ondertussen aan: Hij is verbrand/zei oma/ al het niets dat goed verzandde/in relativering onder stof/ alcohol was vergeten/ en godverdomme hij was er wel.’ Zo leest hij voor uit zijn gedicht Achterdeurcrematie. Vrijwel al zijn gedichten zijn nog niet rijp, maar hij probeert wel te spelen met taal. ‘Ik heb honger maar ik tref woorden zonder voedingswaarde’ ‘Woorden in een lege huls vuur ik op je af.’ Zo lijkt het te zijn bij Patrick, hij heeft zijn wapen gevonden in het dichten, alleen de munitie vertoont nog mankementen.

Na hem rent wordt Sieger Baljon aangekondigd. Zoals gebruikelijk bij Sieger begint zijn voordracht al voordat hij het podium heeft bereikt. Hij begint zachtjes zijn tekst op te dreunen. ‘Nieuwbouwhuis

Dwaze tijden/ te leven in wachtkamers’

Zijn teksten zijn geëngageerd: ‘Dit keer willen ze tijdloosheid’ ‘Timmer toch uw eigen IKEA barricaden.’ Hij heeft een intensiteit tijdens het voordragen die het publiek opzweept en bijt. Fluisterend of schreeuwend, hele zinnen onhoorbaar uitsprekend houdt hij het publiek in zijn macht en hij verliest geen moment de controle.

‘Lach in/ adem uit/ Jouw glimlach verzamelt zich al jaren onder mijn oogleden.’ Het is duidelijk, Sieger houdt van zijn eigen teksten en kent ze door en door waardoor hij kan spelen met volume en ritme. Zijn voordracht steekt met kop en schouders boven de rest uit. En gekeken naar de andere dichters zou je hem misschien wel een articulatiekunstenaar kunnen noemen, een dialectnihilist, een accentweigeraar. Maar het zou oneerlijk zijn, hem alleen lof toe te schrijven voor zijn uitspraak. Zijn voordracht is een show en hij is de regisseur daarvan.

Na hem is het moeilijk het podium op te stappen, maar Michael Markan toont zich voor de duvel niet bang. Als Michael op zijn werk zit, de beveiliging, schrijft hij zijn gedichten,’ vertelt Sander. ‘Aha iemand die risico durft te nemen.’ Zegt een klein meisje blij.

Michael kijkt ernstig de zaal in: ‘Mijn vrouw en ik zijn al jaren samen/ we zijn gestopt met het verzinnen van kindernamen/ toen de doden toenamen/ En de waterlanders kwamen.’

Michael blijkt aan de vreselijke ziekte te lijden die rijmdwang heet, maar zijn gedichten blijken zo oprecht te zijn dat je niet anders kan dan constateren dat oprechtheid, een machtig instrument bij het schrijven, die kinderlijke rijmdwang zo van tafel schuift.

Na Michael mag Luc Loois zijn woordje doen. Net als vrijwel alle andere kandidaten heeft hij veel moeite moeten doen om ons benauwde kikkerlandje te bereiken dat gelukkig altijd haar grenzen openstelt voor mensen van buitenaf. Hij komt uit Oostende, (dat ligt in België). Uit zijn gedichten klinkt een oceanisch gevoel (Oostende ligt aan zee). ‘Hou van me/ hou van me/ Als van geen andere zandkorrel/ Op het strand.’ Een retourtje Amsterdam Oostende kost volgens mij meer dan vijftig euro,’ merkt een lange jongen met een frons op, dat geld had hij misschien beter in zijn zak kunnen houden.’

‘Misschien is hij met een bootje komen varen,’ zegt een klein meisje.

De finale wordt uiteindelijk gehouden met drie kandidaten: Patrick, Sieger en Michael. Zij dragen alledrie nog een keer voor.

Juryverslag

Sven is als vanouds naar het podium gelopen. Hij schraapt zijn keel en zegt: ‘We hebben deze avond gekozen voor drie finalisten, want ook al is het Sieger die de publieksprijs binnenhaalde, Patrick had zoveel stemmen dat wij dit als jury niet wilden negeren. En in de finale kwam Patrick ook sterk terug, maar helaas niet sterk genoeg om te winnen.’ Sven pauzeert even, wendt zich dan tot Michael: ‘Michael een gedicht hoeft niet te rijmen, alhoewel het mooie dingen op kan leveren. Het grote verschil tussen jou en autochtone dichters is dat hun rijmelarij al snel Sinterklaasrijm vormt waar jij wat te vertellen hebt.’ Michael kijkt een tikje daas voor zich uit, alsof hij het woord Sinterklaas wel ergens heeft horen vallen tijdens een inburgeringcursus, maar niet begrijpt waarom diezelfde goedheiligman nu in een kwaad daglicht wordt gesteld...

de Hollandse cultuur is natuurlijk ook lang geen simpele, ook al kun je er altijd vanuit gaan dat we onze heiligen onder de grond schoffelen, onderwijl ons enthousiasme voor cadeautjes niet verliezend. Michael lijkt in elk geval tevreden met zijn evaluatie. Sven kijkt het publiek: ‘Sieger is een oude bekende. Hij heeft een tijd in Pakistan gezeten, waardoor we zijn voordrachten moesten missen. We kennen hem als iemand die, zoals hij vanavond deed, wel vaker aan de balken hangt hier in Festina, maar hij lijkt wat rustiger geworden. Beheerster in zijn voordracht. Hij had ook een hele ronde set. Het had een begin en een eind. Hij speelt in op de actualiteit, bijvoorbeeld met zijn gedicht over paddo’s. Hij is een dichter onder de pels en tegelijkertijd op de huid van de tijd. Hij is vanavond de absolute winnaar.’ Onder luid gejuich bestormt Sieger de trap om zijn prijs in ontvangst te nemen. Nog een keer stuitert hij door Festina met het gedicht Aan Uit:

AAN/UIT

zet de kat uit

en de baby wat zachter

bruis een tabletje

wieg de slangen achter je ogen

tot een lusteloze

lust

op de tv

een sos

het is de herhaling

het toilet op de badkamer

ruikt naar de violen

in schindlers list’