Een kakofonie van dichters
door Aukelien Weverling
Dichter en eigenaar van de City Light Bookshop - hoofdkwartier van de beatniks in San Francisco - Lawrence Ferlinghetti, schreef:
‘Poets come out of your closets,
Open your windows, open your doors.’
In San Francisco Poems legt hij uit: ‘What I had in mind in the 1970s in this “Populist Manifesto” was for poets to stop mumbling in their beards to private audiences and say something important to the world.’
Meer dan dit streeft ook de Poëzieslag niet na. Gelukkig zijn er tijdens de tweede slag van 2008 weer een stevig aantal dichters uit het donker gekropen om een avond te stralen op het podium. Aan de jurytafel heeft Pim te Bokkel zitting genomen naast Sven Ariaans en Bernard Wesseling, Simon Vinkenoog heeft verstek moet laten gaan deze avond en wordt gemist. Zoals vertrouwd kondigt Sander Meij vanavond de dichters aan. Het is de 28-jarige Tim van Os die vanavond het spits afbijt met een gedicht over drinken: ‘Fles/ Hee hallo/ Hoe gaat het ermee/ ‘t is nog niet zo lang gelee.’
Hij wordt opgevolgd door Sietske die zijn debuut maakt als podiumdichter met een gedicht dat ‘Piemellucht’ heet: Waar porno en televisie/ geen geurtjes afgeven/ doet Ferry dat wel.’
‘Dit lijkt me meer een persoonlijk probleem,’ mompelt een jongen uit het publiek. Gelukkig hoort Ferry dit niet, want anders was deze jongen ongetwijfeld tussen het rijtje terecht gekomen dat volgt, het gedicht dat bestaat uit de zin: ‘Wie ik dit verwijt’, met daarop volgend een lange lijst van voornamen. De voordracht van Sietske is nog een beetje kinderlijk, elke zin heeft een pardoeseffect, maar hij heeft de lachers op zijn hand én een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, dus vooruit dan maar.
Akim is muzikant en videoreporter en komt met de zin: De wilg is een creatie/ zo mooi als masturbatie.’
Ferlinghetti schreef in Poems of San Francisco ook: ‘Paranthetically, I must say that my manifesto called forth such a cacophonie of bad poetry that some editors felt like chanting, “Poets go back in your closets”.’
Krijn Peter Hesseling, slamkampioen 2006, is de volgende die zijn zegje mag doen. Hij debuteert in september bij Nieuw Amsterdam (ontkom er maar eens aan als jonge talentvolle dichter) en met de strofe ‘Dichten is kijken naar
wat niet ter zake doet en daar
een zaak van maken. Of een groen behang
om iemand af te dekken.’ is hij de eerste die geeft te denken dat het Populist Manifesto van Ferlinghetti nog lang niet zo gek bedacht is, want al heeft zijn presentatie in de verte iets weg van een schoolmeester uit de jaren zeventig, hij is goed te verstaan en durft uit het warme bad te stappen dat de persoonlijke rompslomp heet.
Sanne Teimen, is volgende in rij. Hij is in Parijs geweest en zijn gedichten zijn niet alleen pittoresk gelardeerd met kleuterfrans, ze zijn ook bijna net zo saai als het kijken naar iemand anders zijn vakantiefoto’s. Wat valt er over te zeggen, behalve dat Ferlinghetti in zijn manifesto de zin schreef die een diepe angst inboezemt: ‘We have seen the best minds of our generation destroyed by boredom at poetry readings.’
Na Sanne Teimen is de beurt aan Martin de Jong die een haastige maar mooie voordracht geeft: ‘Geschiedenis schreef altijd sneller dan het zelf.’ Menno houdt na Martin het niveau vast met zinnen als: ‘Mijn haren zijn zo dik als patat/ maar dat/ is cultuur,’ en: ‘Het stampt, het stampt/ als een dood roofdier aan de voet van zijn prooi.’ Yvonne volgt met een vloeiende voordracht waarnaar het aangenaam luisteren is, ook al doet die af en toe een beetje kinderachtig aan door zinnen als: het is al komkommer en kwel,’ maar een kniesoor die daarom maalt.
Dan is het Festinaveteraan Robin Veen die het woord neemt. Zijn voordracht is als altijd sterk, zijn gedichten vol rauwe tederheid: ‘Twee gevouwen handen/ die niet meer bidden willen.’ En: de verlichting is besteld.’ Daarmee komt de eerste ronde ten einde van een avond die zich laat lezen als de beste tot dusver.
2e Ronde
Robin Veen, Menno, Martin, Krijn Peter en Sietske mogen het tegen elkaar opnemen in de tweede ronde, waarin Robin Veen laat horen: ‘Je bent zo vreugdeloos als een temeier/ toch wil ik in je wortelen. Een tweede ronde waarin Menno het publiek op zijn hand weet te krijgen met het zeemanslied Ahoy: ‘De zee die zit in mij/ met al haar vissen. Martin het maritieme thema voortzet met: ‘Dolfijnen koersten aan op wasbak/ heel het leven hangt te leen.’ Krijn daarna het luchtruim opzoekt: ‘Je zei dat je een vliegtuigje van me wilde vouwen en Sietske hekkensluiter is met: Er is geen ruimte tussen de wereld en de vingers die wegbrokkelen.’
Finale
De finale, die gehouden wordt tussen Krijn Peter, Robin en Menno wordt besproken door Pim ter Bokkel, die met een glaasje rode wijn ontspannen spreekt over een historische avond waarin de kwaliteit hoogtij vierde: Het was best een goede avond, de beste van het jaar.’ Hij wendt zich tot Krijn Peter: ‘We hadden je al van tevoren gezegd dat we jou als collega er niet met de prijs vandoor konden laten gaan, maar nu heb je in elk geval een leuke anekdote, nu kunnen mensen zeggen: “dat is Krijn Peter, een hele goede dichter, die destijds niet won in Festina omdat hij als collega gezien werd”, we hebben wel genoten van je voordracht. Pim neemt nog een slokje, kijkt even naar zijn papier en zegt dan: ‘Robin, jouw toon doet het goed in Festina. Je zou het haast Festina nihilisme kunnen noemen. Je hebt mooie beelden, maar iemand die ik ken die veel verstand heeft van toneel zei vanavond: ‘Hij kleurt rode rozen rood.’ Het publiek wordt een beetje onrustig, want ze weten niet zo goed wat Pim nu bedoelt, gelukkig legt hij uit: je brengt iets dat triest is en zet dat aan met triestheid, je neemt het soms zo serieus dat ik denk ‘oprecht bedoeld’ is geen excuus.’ Opgelucht haalt het publiek adem, want ze begrijpen nu dat diegene die dat vanavond zei weinig tot nul verstand heeft van gedichten en domme dingen mag je gelukkig gewoon negeren. Pim schraapt zijn keel en zegt fier: ‘De winnaar vanavond is dan ook Menno. Ahoy, dat was Menno. Hij was vanavond bij vlagen lief, subtiel en sprak een historisch bewustzijn aan. Hij had een goede regelafbreking en abrupte eindes. En niet alleen wij vinden dat jij de absolute winnaar bent, je hebt ook de publieksprijs. En met het bestijgen van de trap door Menno komt er een einde aan deze Poëzieslag. Een slag waaraan je dankbaar terug kunt denken met maar één gedachte: godzijdank, zijn ze er niet thuis mee blijven zitten, maar hebben ze het hier vanavond ten tonele gebracht. You have been holed – up to long
In your closed worlds
Een gedicht van Menno:
Alphazoogdier
mijn haren zijn zo dik als patat
maar dat
is cultuur
in dit uur tussen hond en wolf
ben ik een dikke luie kat
je moet mijn eten bij mij brengen
ik eet graag vlees
liever iets dat leeft
kijk veel tv
‘amen’ na elke reclame
ik adem alleen maar in