‘Wanneer ben je begonnen met dichten?’
‘Als klein meisje intrigeerde taal mij al. Ik hield van verhalen, liedjes en gedichten en verzon al snel eigen tekstjes. Op de Toneelschool begon ik met gedichten schrijven, die noemde ik alleen niet zo maar als ik teruglees wat ik destijds schreef, waren het embryogedichten. Van mijn 22e tot mijn 23e heb ik veel gedichten geschreven. (lichte vorm van zelftherapie: mijn zinnen haalden m'n hoofd uit de war. Het was voor mij beter dan antidepressiva met een psychiater...). Daarna heb ik een tijdlang vooral (Engelstalige) liedjes geschreven. Mijn eerste gedicht sinds tijden schreef ik eind 2004, en tegelijkertijd borrelde het verlangen naar boven om dit nieuwe werk van de daken te gaan schreeuwen.’
‘Waarom dicht je?’
‘Het leven intrigeert, choqueert, verward, verbaasd, ontroerd, vervreemd en ver-nogveelmeert mij te ernstig om het daar bij te laten. Het is niet anders; ik MOET er gewoonweg iets mee. Het is bijna geen keuze die ik maak, meer een noodzaak.’
‘Helden?’
‘Er zijn zo vreselijk veel mooie gedichten geschreven door zo vreselijk veel verschillende mensen. Soms vind ik een gedicht van iemand in z'n geheel niet fantastisch maar kan ik warm worden van één zin of een combinatie van woorden. Toch is Hanny Michaelis mijn heldin. Ruim tien jaar geleden kreeg ik van een vriendin een bundeltje van haar cadeau. Het waren op dat moment de perfecte woorden. Ik had ze nodig. Echt. Ik heb de beste mevrouw
Michaelis nog eens opgebeld om haar dat te zeggen. Haar reactie was geweldig; ze
kon het niet begrijpen dat een jonge vrouw zo van haar gedichten hield. Ze vond het zo fijn.’
‘Dit was niet je eerste slam, toch?’
‘Mijn eerste slam was in oktober 2004 in Zeist. Ik was zo nerveus. Ik herinner me nog dat ik bij de prijsuitreiking euforisch riep dat ik me net Inge de Bruin voelde. Die had die week een gouden plak 'binnengezwommen'! Vorig jaar heb ik slams gewonnen in Rotterdam, daar is nog geen jaarfinale van geweest, Nijmegen en Deventer. In mei 2005 Doornroosje, tijdens de grote Wintertuin-finale won Sander Koolwijk en in juni tijdens de GrandSlamFinale van Festina werd ik tweede en Pom Wolff eerste.’
‘Wat vind je het belangrijkste aan jouw eigen poëzie?’
‘Ik wil mensen meenemen in mijn wereld maar tegelijkertijd wil ik mensen ook graag meenemen in hun eigen wereld. Mijn ervaring is, dat mijn beste gedichten er over het algemeen 'uitrollen'. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de noodzaak. Ik schaaf meestal wel wat bij daarna, haal wat weg, voeg iets toe. Erop broeden doe ik niet. Ik vind het fijn als
een gedicht lekker loopt maar ik ga niet op de rijm zitten. Ik ben muzikaal dus ritme glijdt er vanzelf in. Inhoud, sfeer, ritme, klank, structuur; het moet één grote orgie zijn. Een mooie wijze vrouw, die iets van mij had gelezen, zei mij laatst: 'Wat we aan liefde opdragen, wordt voor de liefde gebruikt'. Misschien is dat nog wel het allerbelangrijkste...