Zoals sommige mensen altijd tot het laatste moment wachten om hun Kerstcadeau’s te kopen, of om vijf voor acht nog snel de Albert Heijn in rennen om daar hun kostje bij elkaar te graaien, zo hebben ook de dichters op 2 mei massaal beslist om hun laatste kans van dit seizoen te grijpen en een gooi te doen naar een finaleplaats op 6 juni.
Maar liefst vijftien dichters zeuren Sander Meij de oren van het hoofd om de kans te krijgen hun werk ten gehore te brengen. Sander, moegestreden en sufgeluld, geeft uiteindelijk drie extra plaatsen weg.
Het is een bijzondere slag in alle opzichten, want omdat Erik Jan Harmens frietjes is eten met zijn kinderen in West Capelle - het verhaal wil dat daar de beste patat van de wereld groeit - neemt dichter Frank Starik zitting in de jury, onder andere bekend van zijn bundels De Rode Vlam en De verdwijnkunstenaar (uitgegeven bij Vassallucci).
Een jury die na de eerste ronde beslist dat Robin Veen ondanks zijn zin ‘Muren zullen steriel zijn,’ en Eric van Hoof die schreef ‘Een straat zal altijd stoffig zijn,’ niet doorgaan naar een tweede ronde. Voor hun is de poëzieslag voorbij, net zoals voor André Heinekamp die in zijn gedicht aanstipte ‘Hij is geen schrijver van mooie dingen,’ en Annemarie Weggelaar die wist te vertellen ‘Middaguur rijmt niet op uur’. Pas volgend seizoen kunnen zij weer meedoen, wat ook geldt voor Tom Zwaan, Gijs Plantinga, Robin Mark Roelofs die droevig afdruipen na de eerste ronde.
2e Ronde
Wie wel een mooie revanche maakt deze avond is Bonne Postma die met rust en overtuiging zijn gedichten laat horen. Leek hij vorige keer nog te solliciteren naar een nederpopcontract met bijpassend trainingspak, dit keer ontstijgt hij moeiteloos de Nederlandse hangjeugd en proclameert in de tweede ronde zinnen als: ‘Schapen maken zich slaafs uit mislukte hertenhoeven,
Zo raakt de weide leeg,
Kant noch wal het lage gras,
De hemel die zomer was.’
Ook weet hij het café stil te krijgen met zinnen als:
‘Ik wil regen voor mijn paraplu
Verslaving voor het pakje peuken
(...)
Mijn blinde haat een ansichtkaart sturen’
Hij maakt de tweede ronde de moeite waard. Een ronde waarin ook Gerben de Ruiter zijn beste beentje voor zet en ons vertelt over het vuur des doods. Waar wij natuurlijk allemaal een beetje bang voor zijn.
Allemaal, behalve David Boelee die in zijn dagelijks leven met vuur speelt als pyromancer (www.pyromancer.nl, red.) en daar geld voor vraagt. Hij rijmt voor ons:
‘Verlangend naar een nieuw bestaan
Nam hij elke droom voor waarheid aan’
Daarnaast heeft hij een tamelijk hysterisch gedicht over zijn buurman. Met twee onder een kap wonen heeft Boelee genekt. Telkens als hij voordraagt zwaait hij met zijn armen. Misschien is het omdat het drie dagen voor bevrijdingsdag is, misschien is het omdat hij het over ‘ons’ Nederland heeft, maar hij moet een beetje oppassen dat hij niet telkens het oude Duitsland hun welvertrouwde groet brengt, want alhoewel ook Hitler dichtte – vooral het gedicht Blauweiss und schwarzweissrot is een absolute aanrader om een feestje van poëzieliefhebbers leeg te laten lopen- was het geen aardige man en ook al was zijn voordracht nog zo overtuigend op papier bleef er weinig over van zijn poëzie, dit roept natuurlijk om klein voorbeeld uit 1917:
‘Und wir-in heisser schlacht
wir gehalten fahnenwacht
getreu bis in den tod
blauweiss und schwarzweissrot’ De arme man, leed aan rijmdwang. Misschien is het een bewijs dat dichten nog lang niet makkelijk is en zeker niet voor iedereen is weggelegd.
Dahlia, ook een kandidate in de tweede ronde laat zien dat het ook anders kan, zij heeft de zin: ‘Wij slaan ons eigen spiegelbeeld knock-out.’ Een absolute aanrader als je jezelf even niet meer ziet zitten. Ook stelt ze ons meisjes gerust dat striae iets is van oude vrouwen, nou daar hebben we dan gelukkig nog even niks mee te maken.
Festina is stil als Jérôme Gommes zijn gedichten voordraagt. Hij houdt zijn voordacht klein, kennelijk vindt hij het niet nodig om heel hard tegen ons te schreeuwen, wat schappelijk van hem is. Prachtige zinnen geeft hij ons, zoals:
‘Ik was een eendagskoning van sportwagons. Ze hosten mij door
het compartiment, een onbloedige offerande, ja wacht maar...’
En'
‘En alles zonder meer en in de tussentijd. Godallemachtig onder mijn snelbinders dus
(geplette halfje wit met pindakaas en zoete smeer). Op weg naar Sluiterplas.’
Jérôme verzekert zichzelf hiermee van een plek in de finale tegenover Boelee. Het zal erom spannen wie met de buit naar huis gaat vanavond.
Juryrapport:
Starik valt dit keer de eer ten deel het juryrapport voor te mogen dragen. Starik, ook beheerder van de Poule Des Doods, (dichters die eenzame uitvaarten van een gedicht voorzien) is natuurlijk geknipt voor dit klusje, want wat is een juryrapport nou vaak meer dan een stukje sterfbegeleiding voor de levenden? Hij gaat staan, zijn papier in de ene hand, zijn hand grijpend in de lucht, buigt een tikkeltje naar voren en heft aan: ‘Hoe zit dat precies met die goudfazant, met wie waardoor een teelbal kon ontstaan, in plaats van baarmoeder een haan. Het klinkt alsof de vijand komt en daar verdwaalt hij meteen. Het is allemaal nep. Moeilijk om te zeggen wat je bedoelt wanneer je wat zegt wel rijmt, maar niet bedoelt. Dat voelt maar dat voelt.’
Op deze manier laat Starik de mooiste zinnen nogmaals de revue passeren, al klinkt het misschien alsof een dronken iemand je een anekdote vertelt, hij vat de avond origineel samen en heeft ook nog enkele zinnen die in veler poëtica niet zouden misstaan: ‘Het misverstand is dat poëzie over grote onderwerpen moet gaan, de dood, de liefde, terwijl wij in de praktijk merken dat we dan in verschrikkelijke cliche’s vervallen. De badkamerspiegel, de sportschool, daar kunnen we wat mee!’ Er klinkt gejuich vanuit het publiek, iedereen heeft een badkamerspiegel en een sportschool is natuurlijk ook zo gevonden. ‘David Boulee had voor de tweede ronde zijn mutsje afgezet Er zat geen haar onder, zonde...’ meent Starik, ‘Maar hij heeft gewonnen!’ In luid gejoel klimt David het podium neemt, de prijs in ontvangst en trakteert ons nog op een gedicht:
Poldermodel
IJdele stappen zakken zakken weg
in het zompig laagland
beschermd tegen het
wassende water der Noordzee
zuigt het gruis van hoge bergen
de voeten vast
nivellering, nivellering, nivellering
vlak is het land
de vis wordt er duur betaald
men leeft er voor de buit
Varend over wereldzeeën
werd de Hollandse recht
en glad genoeg om horizontaal
door de modder naar huis te glijden
tevreden grijnzend
de vochtige centen in de vuist geklemd
Boelee neemt niet alleen de pot mee naar huis, ook is hij de trotse eigenaar van de publieksprijs. Maar ook voor de fans van Jérôme is er ook goed nieuws. Deze heeft een wildcard gekregen, want waarom zou je een dichter links laten liggen als hij anderen rechts inhaalt?