![]() |
|
| eetcafé | Amsterdam zondag 5 september 2010 |
| HOME | MENU | AGENDA | DE WC DEUR | POëZIESLAG | INSCHRIJVEN | CONTACT | ||
![]() TERUG ![]() ![]() ![]() ![]() |
Aukelien Weverling interviewt: Mini-interview met winnaar mei 2006 Wanneer ben je begonnen met dichten? Ik heb altijd al veel geschreven, onder andere cabaretteksten en daar zal wel eens een liedje of een gedichtje tussen. Maar na het zien van een voordracht van Simon Vinkenoog, in 1999 raakte ik geïnspireerd om meer aandacht te gaan besteden aan het schrijven van gedichten.Waar haal je je inspiratie vandaan?Uit alles wat me boeit. Het leven dat ik leid, de magie van het leven in het algemeen, escapisme, vrouwen… De standaard inspiratiebronnen dus eigenlijk. En het helpt, als er wat druk op de ketel staat in welke de vorm dan ook. Waarom dicht je? Omdat ik van taal hou en omdat ik graag wat laat zien, horen en lezen aan de wereld om me heen. Wie zijn jouw voorbeelden in de poëzie? Van de ouderwetse dichters is Marsman een favoriet. Verder zal ik een optreden van Saul Williams dat ik ooit zag nooit vergeten, ook al heb ik verder nooit meer de moeite genomen iets van de man te lezen. Dichter bij huis denk ik aan Gijs ter Haar. Was dit de eerste keer dat je meedeed aan een slam? Waarom besliste je mee te doen? Hoe is het je bevallen? Dit was niet de eerste keer, dat was ergens in 1999 in Winston te Amsterdam. Toen haalde ik de finale van een voorronde. Al heel lang geleden kreeg ik de tip dat de slam van Festina Lente wel wat voor mij zou kunnen zijn. Het werd nu toch eens tijd daar wat mee te doen. En dat is me natuurlijk goed bevallen, hoe zou het anders kunnen zijn… Wat vind je het belangrijkste aan jouw eigen poëzie? Het zal niemand die me heeft zien optreden verbazen als ik zeg dat ik de voordracht belangrijk vind. Toch gaat het echt niet om mooi klinkende woorden alleen, je moet ook nog wat te melden hebben. Ik hang niet graag de ontoegankelijke uit, dat spreekt sommigen erg aan en stoot anderen af. Maar de luisteraar of lezer moet zich er van bewust zijn, dat de betekenis van een gedicht zelden meteen tot je doordringt, ook niet als de woorden in goed lopende en klinkende zinnen tot je komen. |