Amsterdam zondag 5 september 2010
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG








Verslag poëzieslag 3 oktober 2006

 

Doe mij een toppertje en een breezer ananas, en doe er ook maar een zingende dichter bij.
Verslag door Aukelien Weverling

Het is voor iedereen leuk als er bekende Nederlanders naar Festina Lente komen. Leuk voor de bekende Nederlanders, want die krijgen regelmatig wat ze bestellen en leuk voor de mensen die misschien wel evenveel kunnen, maar dat helaas nog moeten realiseren in de anonimiteit totdat het voor hen dan ook zover is en zij met even bekende Nederlanders de onbekende bush in mogen, of in BNN’s Avro’s Sterrenslag spelletjes mogen spelen. Maar tot dat moment is aangebroken zullen zij zich op moeten trekken aan de sterren die op dit moment furore maken. Vandaar dat het een opsteker was voor iedereen om te zien dat niemand minder dan Tropical Danny naar de Poëzieslag was gekomen. Wie weet zocht hij wel een nieuwe tekstschrijver, enkele poëtische verzen om op muziek te zetten, of anders –in het minst gunstige geval - zou hij tips kunnen geven over tekst en succes. Dankbaar en vol bewondering zou de dichter in kwestie kunnen zeggen: ‘Ik ben de slagroom en jij het stukkie fruit.’
Maar genoeg over Tropical Danny en onwaarschijnlijk succes, want vanavond gaan alle remmen los, we dichten we klappen zijn zo blij. Het is de tweede editie van de 9e jaargang en Festina is weer vertrouwd volgelopen met poëzieminnende mensen.

Als eerste is het de beurt aan Phillip Fokke. Die zijn gedicht Schuldig landschap heeft uitgekozen om ten gehore te brengen: ‘De ogen in flessen
Stoeptegels kreunen
Ondraaglijk zwaar.’ Zijn laatste stoeptegel is nog maar nauwelijks uitgekreund of de tweede dichteres van de avond, Sjaan, klimt het podium op om te vertellen: ‘Wanneer de zomer zucht als
Een kromgebogen man
Troost me dan niet.’
Ze staat er fier en heeft een krachtige stem als ze uitlegt: ‘Offer mij als een pion in het schaakspel.’ Ach ja, die pionnen die altijd als eerste vallen omdat ze met zo velen zijn. Daarna heeft ze nog een geëngageerd gedicht over Rundvlees en een Haiku die ze twee keer mag voordragen, omdat Haiku’s zich daar uitstekend voor lenen.
Aan de bar kijkt Tropical Danny onbestemd voor zich uit, hij duidelijk uit het lood geslagen door deze aangrijpende haiku. Kan Paul Roelofsen uit Koedijk zijn verwarring wegnemen? Roelofsen schraapt zijn keel en zegt: ‘Ik drink bier met de hond.’ Nee, zo te zien helpt dat niet.

In het tweede bokje klimt Emma Burns het podium op, een 25-jarige moeder met een piercing. ‘Het was best kut allemaal
Toen de boel verstomde’ is een van haar zinnen en ook ‘En ik deed zo mijn best
En het was nooit genoeg,’ en ook: ‘Kloppen op de hemeldeur
Ik wil nog dit
Ik wil nog dat.’
Ze haalt vertrouwde beelden op een frisse manier aan en draagt gepassioneerd voor en een klein meisje in het publiek verzucht: ‘Ik wilde dat ze mijn moeder was, zo mooi leest ze voor.’ Ook Tropical Danny aan de bar heeft wellicht in haar een toppertje herkend, want hij buigt zich naar voren om nog een bestelling te plaatsen.
Na haar is het de beurt aan Ronny Dijksterhuis. Hij houdt wonder o wonder van het spelen met taal. ‘Op de rand van het bord liggen ingewanden te zweten.’ Dit geeft te denken dat hij misschien naast het spelen met taal nog wel meer houdt van het spelen met eten, maar dat blijft vooralsnog gewoon een onwillekeurige gok. Na Ronnie komt Randel naar voren die zichzelf een multi-diciplinair en zelfreflecterend kunstenaar noemt. Hij laat ons horen waar dit toe geleid heeft. Het is moeilijk uit te leggen wat er gebeurt als iemand voor zijn toch al niet al te beste gedicht een zo mogelijk nog slechtere melodie heeft gevonden en niet bang is om dat allemaal op een podium ten gehore te brengen. Misschien dat het gevoel dat dan ontstaat het best vergeleken kan worden met het gevoel dat je krijgt wanneer je 50-jarige vader zegt dat hij op turnen wil om op te treden voor je klas, een onbehaaglijk gevoel van gêne, ongeloof en machteloosheid, want je wilt hem wel beschermen tegen zichzelf, maar de vrije wil zit in de weg. Randel is niet te stoppen, hij zingt heel zelfreflecterend en multidiciplinair: ‘Heb je gereuteld...
Heb gesleuteld...
In plaats van gepretendeerd...’

Robin Veen lost hem af: ‘De geur van rot
In fijne zijde
Benadrukt het vertrek.
Hier ligt zij opgedoft,
Het vlees tot op het bot versleten;
Passie die nooit liefde werd.
Zelfs de maden vergrepen zich
Aan haar verdorde hart’ Zo draagt hij voor met een treffende rauwheid die iedereen bij de strot grijpt. Een ijzige stijl met een droevige en teleurgestelde toon. Zelfs Danny lijkt opeens niet meer zo tropical, dat geeft niet, het wordt winter, het wordt hoogtijd dat hij zijn winterjas aantrekt en verder gaat onder de naam Danny on the rocks.

Coen van der Spek laat door Sander Meij, de presentator, vertellen dat hij een rijminstructeur is en dat hij zich dommer voordoet dan hij is. Hij leest voor: ‘Man met penispomp
Zoekt contactgestoorde dame,
Handicap geen probleem.’ Er wordt luid geklapt, het is natuurlijk ook niet mis als het je lukt je dommer voor te doen dan je bent.

Cor Bakker mag nog even een paar minuten gedichten voordragen over dromen die hij heeft gehad en dan kan iedereen in Festina zich opmaken voor de tweede ronde.

2e Ronde
Een tweede ronde waarin Sjaan zegt: ‘Niks is beter dan een huilbui met je handen in warm sop. Waarin Emma Burns  naar voren brengt: ‘Ik werd twintig toen ik zes was.’ Waarin Randel voor de tweede keer begint te zingen, en waarin de hele Festina met hem meezingt ‘De problemen van de koning, je zoekt ze hier in mijn woning.’ Een tweede ronde waarin Robin Veen uitlegt: ‘De ventilator zuigt lachende hoeren aan.’ En waarin Ronnie Dijksterhuis onthult: ‘Ik houdt van woorden die rrrrrrrrrrollen.’ Waarop een jongen uit het publiek geërgerd uitbrengt ‘Rrrrrrrot op, rrrrrrare man.’

De finale heeft vervolgens plaats tussen Emma Burns en Robin Veen.

Juryrapport

Sven klimt achter het katheder: ‘Vanavond ging het een stuk beter dan vorig keer stelt hij het publiek gerust. Het eerste blokje was technisch sterk. In het tweede blokje bleken veel slammers te zitten die uit het hoofd voordroegen en het publiek aanspraken. In het derde blokje werd slammen afgewisseld met technische dichters.’ Er wordt luid gejoeld, want iedereen houdt van variatie. Sven maant tot kalmte en vervolgt zijn verhaal: ‘We misten in de tweede ronde het brede register.
Randel, je liedje in de tweede ronde sloeg nog erger aan dan in de eerste ronde. Het is fantastisch als iemand het café zo op z’n kop kan zetten, maar we misten de poëtische diepgang.’
Hij kijkt even het café rond, maar Tropical Danny zit niet langer aan de bar. Hij had dit verwijt naar Randel waarschijnlijk al voelen aankomen. Zelf werd hij ook al zo vaak verkeerd begrepen. Sven hervat zijn verhaal: ‘Ronnie, je gaf een geweldige performance, strak uit het hoofd, maar je leek net niet écht te zijn, een pleaser vonden we je.’

Sven kijkt of hij zijn finalisten kan zien zitten, als hij ze gevonden heeft: ‘Robin Veen. Er zit een bundel in jouw werk. Je hebt prachtige zinnen. Je gedichten zijn heel mooi opgebouwd. Ze zijn als je ze voorleest net zo mooi als op papier, tegelijkertijd: je staat hier op een slam en we vonden je nog te weinig een slammer.’ Sven richt zich tot de andere finalist: ‘Emma Burns... Internationaal wordt Nederland wel eens verweten dat het geen slamland is, maar jij staat vol aanwezigheid op het podium. Eindelijk een nieuwe slamster, er valt nog veel aan je gedichten te schaven, maar je bespeelt een breed register. Je betrad de wereld van de slammers en je maakte een enorme indruk. Je durft te meanderen.

Voor Robin geldt dat hij een wildcard heeft gekregen voor de finale, maar vanavond gaat de kans om nog een gedicht voor te dragen en de pot naar het absolute toppertje van de avond, Emma Burns. Nog een keer klinkt haar zachte en melodiueze stem door Festina:

‘Hoelang nog mama

We waren zuster
aardbei dokter druif
verkleed door jou gemaakt
wij als heksen pieten dansprinsesjes
gingen als papier weer op was
verder op servetjes
zelfs de muur

blijdschap is niet duur

we zongen van een man
die zich verveelde
ik kocht een ei de melkboer zei
summertime en lekker slapen
lekker slapen

ze werd een beetje moe
een beetje ziek
het voelde niet zo goed

ssssst, mama slaapt
ssssst, ze heeft zo'n pijn
niet vandaag

we zongen van voor altijd jong
kloppen op de hemeldeur
ik wil nog dit ik wil nog dat

en onrecht is niet duur
maar kost zoveel

het werd zo stil

we waren zuster
aardbei dokter druif
dit keer was dat jammer
wij als kindjes en toch groot
gingen als de energie weer op was
ook zelf een beetje dood.’