Amsterdam dinsdag 7 september 2010
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG








Verslag poëzieslag 2 januari 2007

 

Het recht van de sterkste
door Aukelien Weverling


Misschien is het omdat familieleden met Kerstmis de neiging hebben alle inspiratie uit je bestaan te zuigen. Misschien is het omdat de aftrap van het nieuwe jaar enkele mensen halfdood heeft achtergelaten of dat alles wat nog resteerde aan zingeving en levenslust vrolijk was weg gedanst in de uitputtende genadeslag die de Nieuwjaarsborrel van Festina heet, of misschien zelfs dat sommige dichters als goed voornemen voor 2007 hebben: vanaf nu ga ik nooit meer dichten. In elk geval is het aantal aanmeldingen op de Poëzieslag van 2 januari miniem. Of zoals optimisten zeggen: overzichtelijk.

Moedeloos neemt Sander Meij nog een slok van zijn Hoegaarden terwijl hij zes vingers opsteekt als er vanaf de bar gevraagd wordt hoeveel dichters ze vandaag mogen horen. Er wordt verbijsterd gereageerd. Hoezo zes? Heeft Nederland de drang verloren zich te laten horen? Betekent het weblog dan echt de dood van de voordrachtkunst waarvoor je de deur uitmoet? Afkeurend schudt een jongen zijn hoofd: ‘Ik denk dat veel dichters drugs hebben gebruikt met Oud en Nieuw en nu in hun bed inspirerende xtc-flashbacks ondergaan.’ Het is een theorie, geen sterke, maar het is een theorie. Het gebruikelijke publiek ligt dan waarschijnlijk hun laatste bubbels uit te boeren in bed, want de bar is goed bereikbaar.

De Poëzieslag begint met Simon Vinkenoog die door de Festina schalt:
‘Lang zal je leven!
Gelukkig tweeduizendzeven!!
Happy twothousandandseven!
You are already in heaven...’

Hij keert terug naar de jurytafel waar dit keer naast Sven Ariaans en Simon Vinkenoog Hélène Gelèns heeft plaatsgenomen. (Gelèns debuteerde in september 2006 met haar bundel Niet beginnen bij het hoofd, in de Sandwichreeks van Uitgeverij 521, red).

Als eerste mag Lennard voordragen. Hij dicht over een meisje dat hij leerde kennen in Bali en vertelt dat hij soms dichtte op het strand in Sydney en is het levende bewijs dat je niet kunt sterven aan rijmdwang – ook niet als je heel erg je best doet. Zoals veel jonge mensen verliest hij zich al snel in grote woorden die niks zeggen en koekeloert de moraal telkens om een hoekje. ‘De zin van het leven, even dacht ik het te weten...’ Toch weet hij ook mooie zinnen te maken als ‘Als schedels als kastanjes barsten,’ en: ‘Wie los durft te laten heeft beide handen vrij...’

Na hem komt de in het zwart gestoken A.C.G. Vianen met een wapperende paardenstaart het podium oprennen. Hij trakteert ons op een klankgedicht dat ongeveer zo gaat:
‘Zoek de taal
t-t-t-t-aal, taal, taal, taal
zoek, zoek, zoek, zoek, zoek
taal
zoek, zoek taal.
Zoek zoek
Taal taal.
Zoek.’

‘Ga lekker zelf zoeken,’ mompelt een jonge vrouw. A.C.G Vianen brult zijn tijd vol met taal en doet dit allemaal uit zijn hoofd en laat het publiek, zoals wel meer klankdichters door de jaren heen gedaan hebben, verbijsterd achter.

Jan Willem is de derde die zijn zegje mag doen:
‘Je salamanderjas, je kleed
Verraad de misstap van een voetstap.’
Het zijn aangename gedichten die vol zitten met beelden als ‘zure lotusogen’ en zinnen als ‘En altijd marcheren maar, marcheren maar
Naar het nieuws
Om erin te komen.’

De in Festina welbekende krullenbol Boris neemt het stokje over van Jan Willem. Boris die er bekend om staat contact te hebben met de fauna in ons land, draagt zijn gedicht IJskonijn voor waarin ondermeer staat: ‘Oogcontact
IJskonijn
Het wijnglas steviger vastgepakt,’
Hierna volgt een simpel maar daardoor niet minder mooi gedicht met de titel Opa en een gedicht waar op weergaloze wijze de geschiedenis van twee dronken dieren met een fles wordt behandeld. Dan is het genoeg geweest en roept Sander de dichteres Montana naar het podium. ‘Eindelijk een vrouw,’ zucht een politiek correcte feministe met een visie over gelijke rechten achter het katheder.

Montana is achttien jaar en haar gehele familie is meegekomen. Dat ze nog jong is hoor je aan haar teksten:
‘Een lege plek in mijn hart
Er mist iets
Een vreselijk gevoel
Ik wordt overrompeld door het materiele.’
Nou missen we allemaal wel eens een vreselijk gevoel in ons lege hart, maar Montana is nog een te lief kuiken om het lege gevoel in haar hart met drugs en drank te kunnen vullen. Wie heeft er ook drank en drugs nodig als je door zoveel liefdevolle vrienden en familie vergezeld wordt naar een optreden? Als er één ding is wat december ons leert dan is het dat familie je niet in de steek laat. Die staan ook op Tweede Kerstdag al om kwart over vier voor je deur te trappelen om je vervolgens uitvoerig te vertellen wat ze allemaal niet lusten van wat jij aan het koken bent. Een tot rite verheven gesprek waarin uitvoerig geschermd wordt met allergieën en die vraagtekens zetten bij Darwins evolutietheorie: echt, waren zij echt de sterkste? Deze mensen die allergisch zijn voor rozijnen en uitslag krijgen van sjalotjes? Die niet tegen peperkorrels kunnen omdat hun slokdarm dan opzwelt? Ach ja, familie, Montana, heeft ze allemaal meegenomen, maar loopt toch met een leeg gevoel rond.

Robin Veen vormt de afsluiter van het zestal dichters. Ook hij voelt zich niet zo lekker en heeft dit –zoals we van hem gewend zijn – zonder schroom eloquent opgeschreven: ‘We maken ons mooier dan de dood,
Wentelen ons in terminale baden.’ En terwijl de zin ‘Hier worden huizen gebouwd voor hen die niet meer dromen,’ van Robin Veen nog even door het hoofd spookt, stekend e juryleden de koppen bij elkaar.

De finale
De finale wordt voorafgegaan door Pom Wolff die uit zijn nieuwe bundel Toen je me stilte stuurde, voordaagt. Goedkeurend hoort Simon het gedicht Tegenvuur aan dat aan hem is opgedragen.

De drie dichters die in de finale staan zijn uiteindelijk Robin Veen, Lennard en A.C.G. Vianen. Een finale waarin Robin Veen beslist een lang gedicht te doen waarin de zin staat: ‘Het woekerende woord dat afscheid in zich droeg.’ Lennard ons vertelt over paddestoelen: ‘Ik raak mijn vingers aan
Ze groeien
Mijn geest begint te bloeien.’
En A.C.G Vianen vertelt dat hij een onderzoek heeft gedaan naar drie-letterige woorden. Je zou kunnen denken dat is onzin, maar soms stuit je tijdens een onderzoek plots op iets onverwachts. Penicilline is bijvoorbeeld ook per toeval ontdekt. A.C.G’s onderzoek heeft tot het volgende geleid: ‘enne éne en de éne en de één en de en enne éne en de éne en de één en de en enne éne en de éne en de één en de en...’ Als hij dit zo’n vijf minuten heeft gedaan wordt hij afgetikt door Sander. ‘Die man heeft een betere jury nodig,’ zucht een meisje. ‘Een psychiater zou hem niet misstaan,’ beaamt de jongen naast haar.

Juryrapport

Sven heeft beslist om over elke dichter iets te zeggen vanavond en schraapt zijn keel: ‘Jan Willem, je besliste op het laatste moment mee te doen en was daardoor onvoorbereid. Je droeg erg gehaast voor waardoor je met een hapering in het ritme de betovering in je gedichten verbrak.’ Jan Willem verwerkt Svens kritiek terwijl deze zich nu tot Boris richt: ‘je staat altijd zelfverzekerd op het podium en je gedichten zijn qua stijl en techniek helemaal in orde, maar je bracht vanavond light verse zonder pointe, dat vonden wij als jury niet enorm spannend.’ Er klinkt gemor uit de zaal, maar Sven gaat onverstoorbaar door: ‘A.C.G. Vianen, je bent een veteraan, maar we hebben je beter gezien dan vanavond, begrijp je dat?’ Berouwvol knikt A.C.G. Vianen vanuit de hoek. ‘Dan Montana... ik kreeg van jou een warm gevoel, je was oprecht. Als ik je een tip zou mogen geven dan zou ik zeggen, je moet veel poëzie lezen. Gevoel is een ding, poëzie is een rijkdom in gevoel. Probeer een klein beetje afstand te creëren.’ ‘Dieper graven,’ voegt Simon Vinkenoog welwillend vanaf de jurytafel toe, zijn neus verdwijnt in een glas whisky.

‘Dan de finalisten... kies je voor techniek, het cerebrale of ’t nieuwe talent? Lennard je bent enorm charmant, maar je lijdt wel erg aan rijmdwang en dat is een eufemisme. Alliteratie is een instrument dat je kunt gebruiken om je teksten kracht bij te zetten, maar dan moet je wel een boodschap hebben. Daar moet je aan werken, want de winnaar van vanavond is Robin Veen. Zijn poëzie is helemaal af. Je kunt op het podium wat cerebraal overkomen en je bent wat negatief, maar je weet als geen ander het inkakkend publiek bij de lurven te pakken.’

Lennard heeft de publieksprijs gekregen en doet nog een gedicht over zijn passie, windsurfen. En terwijl hij het heeft over rollende golven, bestijgt Robin Veen de trap. Het recht van de sterkste heeft zegegevierd. Veen neemt de pot in ontvangst en nog een keer klinkt zijn stem tijdens door Festina tijdens de afsluiting van de eerste Poëzieslag van het nieuwe jaar:

‘Het fundament voor de dag
Wordt geslagen.
Splijtende klappen,
Staal op staal,
Rijten ochtendmist aan flarden.
De rafelige lijnen van de nacht
Worden genadeloos recht gestampt
Tot een solide basis
Voor de leugen van het licht
Die suggereert dat
Als de zon opgaat
Er slechtst éeen werkelijkheid bestaat.
Hier worden huizen gebouwd
Voor hen die niet meer dromen.